www.cao-da-serra-de-aires.nl   

  
Rasstandaard

Schofthoogte:

Reu 45 - 55 cm

Teef 42 -52 cm

Gewicht:

15 - 25 kilo

Verschijning:

Een middelgrote hond met een tamelijk lang lichaam, buitengewoon schrander en zeer levendig, met opvallende geschiktheid en aanpassingsvermogen voor het buitenleven. Deze hond is zeer toegewijd aan de herder en de hem toevertrouwde kudde, hij is wantrouwend tegenover vreemden en een goede waakhond s'nachts.

Hoofd:

Sterk, breed, niet lang noch rond. De neuspunt is duidelijk aangegeven en enigzins een wipneus, wijde ronde neusgaten. De voorsnuit is kort, ongeveer 2/3 van de lengte van de bovenschedel. Breedte in de goede verhouding tot lengte en vorm. Zwarte neus wordt geprefereerd; in ieder geval moet de neus donkerder zijn dan de kleur van de vacht: van terzijde gezien is de neusrug is hol. De stop is duidelijk aangegeven. Het hoofd is enigzins wigvormig. De schedel is iets langer dan dat hij breed is, en wordt boller aan de zijkanten. De wenkbrauwen zijn iet vooruitstekend; de middengroef is duidelijk, de schedel tussen de oren ongeveer vlak, de achterhoofdsknobbel is zichtbaar.

Ogen:

Levendig, met een meegaande maar toch schrandere uitdrukking; zij zijn noch bol, noch diepliggend. Zij dienen bij voorkeur donker te zijn, rond middelgroot en horizontaal geplaatst. De oogleden zijn zwart, maar in ieder geval donkerder dan de vacht.

Oren:

Hoog aangezet, hangend, matig lang, driehoekig van vorm.

Mond:

De lippen zijn goed aangesloten, maar hangen niet over; zij zijn nogal dun, strak en bijna recht. De kaken zijn normaal ontwikkeld, met een perfect schaargebit. De tanden zijn wit en stevig.

Hals:

Harmonisch overgaand van hoofd naar schouders. De hals is recht, wordt iets hoger dan horizontaal gedragen, is van redelijke afmeting en vrij van keelhuid.

Voorhand:

Sterk en evenwijdig staand. De benen staan verticaal  zowel van voren als van terzijde gezien. De schouder en opperarm zijn krachtig, middelmatig lang en gespierd. De schouderhoeking is vrij klein, de polsen zijn droog en niet opvallend. De opperarmen zijn middelmatig lang en zjn slechts heel weining schuinliggend, met normaal bot.

Lichaam:

Een duidelijke diepe borst, breed en terugliggend. De romp komt iets onder de elleboog uit; van voren gezien heeft de ribbenkast een ovale vorm. De rug is lang, de lendenen kort en gebogen, breed en goed opgevuld. De lendenen zijn goed gespierd en passen goed aan bij de rug en kruis. Het kruis is middelmatig lang en breed en iets hellend. Buik en flanken hebben een normale substantie en zijn wat hoog van de grond.

Achterhand:

Sterk, de benen normaal van elkaar staand, verticaal en recht van achteren gezien. Dijen middelmatig lang en breed, goed gespierd. De benen zijn lang, gespierd en wijken slechts weinig van de loodrechte stand af. De sprongen zjn eerder laag dan hoog, normaal van breedte; de hoeking van de hak is goed. De middenachtervoet is middelmatig dik en lang, sterk en heel weinig schuin. Enkel of dubbele Hubertusklauwen zijn toegestaan.

Voeten:

Rond, niet vlak, de tenen zijn aangesloten en nogal lang, goed gewelfd. De nagels zijn lang, sterk en zwart, of tenminste donkerder dan de vacht.

Staart:

Hoog aangezet, puntig en reikt tot de sprongen. Wordt tussen de benen gedragen of iets gebogen aan het uiteinde. In actie is de staart gebogen of iets gekruld.

Kleur:

Toegestane kleuren: geel, kastanjebruin, bruin, grijs, rossig en wolfsgrijs met lichte en donkere schakeringen daartussen, doorgespikkeld met een mensgel van witte haren. Maar nooit met een duidelijke wit vlek, behalve een kleine op de borst.

Vacht:

Heel lang, vlakliggend of weinig golvend, met een lange baard aan de kin, een snor en zwarte wenkbrauwen die echter nooit de ogen  mogen bedekken. Het haar is ook lang op de romp en ledematen, en ook tussen de tenen. De is middelgrof en lijkt veel op geitenhaar, dicht en gelijk verdeeld over het hele lichaam. Er is geen ondervacht.

NB:

Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.